Historie Wit Marmer

Wit Marmer (Bianco Carrara) is een fijnkorrelig wit tot grijs marmer. Wit marmer is veruit de bekendste marmersoort. Er zijn verschillende soorten van Carrara, in volgorde van helderheid en ook verschillende soorten oriental white marmer. Carrara Bianco C (licht), Bianco Carrara CD (medium).

 

Wit Marmer wordt oorspronkelijk gewonnen in de Apennijnen bij Carrara, Italië. Er zijn verschillende soorten varianten van deze steen verkrijgbaar. Deze onderscheiden zich voornamelijk in kleur en adering. Tevens zijn er meerdere locaties waar wit marmer gewonnen wordt denk ook aan Turkije en China, oriental white marmer. Kleurnuances komen altijd in meer of mindere mate voor, zelfs binnen éénzelfde partij. Bij deze marmersoort kunnen soms kleine witte vlekjes en putjes voorkomen.

 

Marmer komt van het Griekse woord "Marmaros" dat "Glanzende steen" betekent. Marmer is ook een kalksteen, bestaande uit zeer puur calciumcarbonaat dat vervolgens door hoge druk en warmte getransformeerd is in haar kristallijne vorm. De temperaturen en drukken die nodig zijn om kalksteen om te vormen in marmer zijn dermate hoog dat eventueel in de kalksteen aanwezige fossielen vernietigd worden. Naast het feit dat fossielen ontbreken is marmer dan ook goed te herkennen aan haar suikerachtige structuur, met name waarneembaar in het breukvlak. Vanwege haar zachtheid, relatief rustige uitstraling en homogene samenstelling is marmer zeer geliefd in de beeldhouwkunst.

 

Soorten marmer zijn onder andere:

  • Carrara (Italië)
  • Rosa Portogallo (Portugal)
  • Arabescato (Italië)
  • Oriental White Marmer (China)
  • Nero Marquina
  • Crema Marfil (Spanje)
  • Thassos (Griekenland)

 

Het strikte wetenschappelijke onderscheid tussen Marmer en Kalksteen wordt in Nederland ten aanzien van bevloering eigenlijk niet gemaakt. Zo kan het voorkomen dat soorten die behoren tot de kalksteengroep verkocht worden als zijnde marmer. Een kwalitatief verschil is er eigenlijk niet; iedere soort heeft zijn eigen eigenschappen en gebruiksaanwijzing. Wij streven ernaar om u zoveel mogelijk informatie te verschaffen. Technische fiches zijn op aanvraag beschikbaar.

 

Technische kenmerken
  • Drukweerstand: 137,05 N/cm2
  • Breukbelasting na vorst: 132,56 N/cm2
  • Buigweerstand: 20,60 N/cm2
  • Thermische uitzettingscoëfficiënt: 0,0063 mm/m°C
  • Waterabsorbtie: 0,1150 vol.%
  • Slagvastheid: 56,00 cm
  • Slijtvastheid: 58,00 mm
  • Soortelijk gewicht: 2711 kg/m3

 

Marmer is een compacte en harde steensoort en wordt al eeuwen in de bouwsector gebruikt. Marmer is ontstaan door een metamorfose (omvorming) van kalksteen. De fossielen die in kalkstenen voorkomen zijn in marmer niet meer te herkennen.

 

Kenmerkend voor marmers zijn de attractieve kleurschakeringen, aders en de kristalstructuur (zoals bij een suikerklontje). Marmer komt vooral voor in de kleuren wit of grijs, maar er zijn er ook in het rood of roze.

 

Marmers zijn bestand tegen normale gebruiksbelasting. De glansgraad moet worden aangepast aan de gebruiksintensiteit en onderhoudsintensiteit. In de meeste gevallen voldoet matglans (gezoet) beter dan polijstglans. Circa 80% van de marmers is vorstbestendig. Marmers worden meestal glanzend (gepolijst en gezoet) bewerkt. Het effect van andere bewerkingen (geschuurd, gestraald, gebouchardeerd, gevlamd) is beperkt door de lichte steenkleur. Bewerkingen hebben invloed op de kleur van de steen. Polijsten geeft de diepste kleurweergave, terwijl een ruwe bewerking de kleur fletser maakt.

 

 

Technische informatie

Marmer afkomstig uit Carrara (Italië). Beschrijving: witachtige ondergrond met evenwichtig verspreide, donkerder adering Chemische samenstelling: CaCO3 (98,45%), SiO2 (0,41%), MgO (0,32%) en kleinere hoeveelheden pyriet. Eigenschappen: kleurnuances komen altijd in meer of mindere mate voor, zelfs binnen éénzelfde partij. Bij deze marmersoort kunnen soms kleine witte vlekjes en putjes voor- komen. Dit materiaal is ook heel vochtgevoelig (vlekvorming van het type I)

De verdamping doorheen de steen niet verhinderen, m.a.w. het afdekken met folies, weinig dampdoorlatende tapijten, enz. tijdens de droging van de vloer vermijden. Het aanbrengen van een tijdelijke afdekking (voor de werkzaamheden die op het vloeren volgen) dient dus vermeden te worden. Dergelijke ingrepen verhogen sterk de kans op schade. Indien nodig, dient dit te gebeuren met behulp van wit karton en elke avond wordt de afdekking verwijderd, zodat de vloer ‘s nachts kan uitdrogen. Het opleveren van de staat van een natuursteenoppervlak mag nooit gebeuren bij tegenlicht en zeker niet met scherend licht. Het onderzoek gebeurt op manhoogte en met het blote oog (WTCB- 1983 en NBN 903-02).

Tintverschillen kunnen enkel beoordeeld worden bij droge tegels.

Bij plaatsing in combinatie met vloerverwarming dient men de voorschriften van de leverancier strikt te volgen (zie ook de brochure hieromtrent van het WTCB-T.V. 179 en 189). Plaatsing uitsluitend met speciale witte flex kleefcement of een witte (kant-en- klare) legmortel voor natuursteen (max 1,5 à 3 cm dik) en gekalibreerde tegels op een droge dekvloer (chape). Droogtijd chape: 1 week per cmdikte + 1 week (bvb chape 7 cm=8 weken droogtijd). Men voorziet een roestvrij verstevigingsnet (bvb 50 x 50 x 2 mm; geen kippengaas) in de dekvloer. Het is steeds aangeraden om met rechte voegen te werken. Het gebruik van tegels met onregelmatige afmetingen verhoogt bovendien het risico van scheurvorming en breuk van de tegels. Uitzettingsvoegen te voorzien minimum per 10 lm of per 50 m2. Aan de muren voorziet men ook een zettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystereenstroken of een gelijkwaardig product. Vooraleer de vloerwerken aan te vatten, dient de verwarming een eerste maal stapsgewijs (5° per 24u) opgestart te worden (+/- 28 dagen na plaatsing van de dekvloer; de plaatsing van de natuursteen zal pas aangevat worden nadat de verwarming minimum 3 à 7 dagen op maximale werkingstemperatuur gedraaid heeft en nadat men opnieuw stapsgewijs teruggekomen is tot de begintemperatuur); na 1 dag wachten mag men de natuursteen plaatsen.

 

Het onderhoud start bij de eerste opkuis: een éénmalige schoonmaakbeurt met een aangepast reinigingsmiddel (Lithofin, opgelet: geen zuurhoudend product). Dit mag gebeuren ong. 1 week na het voegen van de vloer. Vervolgens dient men de vloer voldoende te laten uitdrogen: dwz. ongeveer 3 maanden licht vochtig dweilen met toevoeging van een aangepast onderhoudsmiddel, dat de poriën van de steen niet afsluit . Dit product kan dan verder bij elke onderhouds- beurt gebruikt worden. Als de vloer volledig droog is, kan men de steen eventueel behandelen in vochtige (bvb badkamer) en vlekgevoelige (bvb keuken) ruimtes met een impregneermiddel (bv Sealgard). Bij een te erge vervuiling mag een aangepaste (niet-zuurhoudende) reiniger (bvb Lithofin Vuiloplosser, HG Superstripper of Kloostertrots Stripper) aangewend worden om de vloer te reinigen.

 

Opgelet: gebruik steeds de producten van hetzelfde merk! Algemeen dient gesteld dat men bij het onderhoud van Bianco Carrara niet mag overdrijven met vocht!

Kenmerken
  • Schijnbare volumieke massa: 2.711 kg/m3
  • Druksterkte: 133,4 N/mm
  • Slijtsterkte(Amsler): 2 1,9 mm/1.000m
  • Wateropslorping: 0,33 vol%

Opgelet: Bianco Carrara is vorstbestendig, doch niet geschikt als buitenbevloering.

Gebruik

Gezien de goede slijtvastheid is deze natuursteen geschikt voor alle gebruik binnen (klasse 4): vloer-, wand- en trapafwerking zowel in individuele woningen als in gebouwen met matig collectief gebruik.

De steen en de oppervlakte-afwerking dienen gekozen in functie van de vooropgestelde toepassing.

Plaatsing

Na levering op de werf worden de tegels onmiddellijk binnen gezet of tenminste degelijk beschermd tegen regen, vorst en wind. Indien er tegels geschonden of gebroken zijn, dient dit voor de plaatsing aan de leverancier gemeld te worden. Deze tegels moeten in de mate van het mogelijke tegen de muren en voor verzaging gebruikt worden.

 

De ruimte waar de tegels dienen geplaatst, moet steeds regen-, vorst- en tochtvrij zijn en mag geen vochtige bodem of wanden vertonen. De dekvloer dient zeker 28 dagen voordien uitgevoerd. Vóór de plaatsing worden de tegels niet meer natgemaakt! Om vochtdoordringing via de onderliggende betonstructuur te vermijden, wordt een dubbele polyethyleenfolie aangebracht tussen de betonstructuur en de chape; een folie onder de betonplaat is onvoldoende.

De dubbele folie wordt aan de randen van de lokalen opgetrokken tot, en afgesneden ter hoogte van de voeg tussen vloer en plint. Indien de oppervlakte 50 m2 (of meer) of de lengte meer dan 10 m bedraagt, dient een zettingsvoeg in geëxpandeerde polystereen of gelijkwaardig voorzien te worden dwars door chape en legmortel. Aan de muren voorziet men ook een zettingsvoeg door het plaatsen van geëxpandeerde polystereenstroken of een gelijkwaardig product.

Ook moet men, om krassen en aflopen te beperken, een doeltreffende vloermatkader voorzien tussen binnenbetegeling en buiten (zandkorrels onder de schoenen hebben een sterk schurende werking). De plaatsing gebeurt volgens de regels der kunst en het goede vakmanschap (zie hiervoor ook TV 137, SBR-WTCB-Gids Afwerkvloeren-Natuursteen en TV 213).

De vloerder dient - vooraleer de plaatsing aan te vatten- samen met de bouwheer en/of architect de tegels (in droge toestand) te controleren op eventuele afwijkingen tegenover de monsters. Men mengt de tegels voor de plaatsing, om een harmonieuze verdeling van kleuren en schakeringen van het gebruikte materiaal te bekomen.

 

Denk eraan: ‘Plaatsing is aanvaarding’, dwz dat er NA plaatsing van de vloer geen klachten aanvaard worden, tenzij voor verborgen gebreken.

 

Bij witte marmers dient men de rug van de tegels in te strijken met een vinyloplossing (= polyvinylacetaat gemengd met wit zand en wit cement: verhouding afhankelijk van het harsgehalte, zie voorschriften van de fabrikant) en dit minimum 24 uur voor plaatsing. De bevloering wordt met aangepaste witte kleefcement of een witte legmortel (max. 1,5 à 3 cm dik) geplaatst op een chape. Droogtijd chape: 1 week per cmdikte + 1 week (bvb chape 7 cm=8 weken droogtijd).

 

Samenstelling legmortel: (max. 1,5 à 3 cm dik) 200 kg wit zand 0/2 mm + 50 kg wit cement (4 delen zand voor 1 deel cement) met toevoeging van een vinylhars aan het zuiver aanmaakwater (geen putwater) of men gebruikt een witte kant-en-klare legmortel voor natuursteen. De tegels worden vol in de mortel gelegd. Bij gekalibreerde tegels wordt een aangepaste witte flex kleefcement gebruikt op een chape: dubbele verlijming is onontbeerlijk, dwz. zowel de rug van de tegels als de dekvloer wordt volledig ingestreken met kleefcement. Droogtijd chape: 1 week per cmdikte + 1 week (bvb chape 7 cm=8 weken droogtijd. Na het leggen de tegels zeker niet met water besproeien en de voegen meerdere dagen (in vochtige omstan- digheden: minimum 14 dagen!) laten open liggen, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. De voegbreedte voor binnenvloeren bedraagt 2 à 4 mm. De voegspecie is een natuursteenvoegspecie ‘wit’ of ‘lichtgrijs’. Tijdens het opvoegen dient men telkens weer de tegels te reinigen opdat er zich geen cementsluier zou vormen op de tegels.